Naar blog

Welke boiler past bij jouw klant? Waarom dit niet de juiste eerste vraag is

Een boiler kiezen op basis van type alleen, is zoals een auto kiezen op basis van kleur: het zegt iets, maar niet het belangrijkste. Twee vragen bepalen in de praktijk of een boiler goed gedimensioneerd is: hoeveel warm water wordt er gelijktijdig gevraagd (niet gemiddeld, maar op het drukste moment van de dag), en in welke ruimte komt het toestel te staan. Vraag je klant niet “hoeveel personen wonen hier”, maar “wat gebeurt er op een drukke ochtend als er twee douches na elkaar of gelijktijdig lopen én de vaat gepland staat”. Dat antwoord bepaalt de dimensionering, niet de vuistregel “50 liter per persoon”. 

HVAC
Afbeelding
Elektrische_boiler_Atlantic

De elektrische boiler: eenvoudig, maar met een verborgen kost

Een elektrische boiler houdt een voorraad water continu op temperatuur. Dat is comfortabel, er is altijd warm water, maar het heeft een prijs die niet op het verbruiksticket van de klant apart vermeld staat: stilstandsverlies. Zelfs een goed geïsoleerde boiler verliest voortdurend een beetje warmte aan de omgeving, simpelweg omdat het water warmer is dan de ruimte errond. Bij een boiler die zelden gebruikt wordt (een tweede verblijf, een bijgebouw) kan dat stilstandsverlies verhoudingsgewijs een groter deel van het totale verbruik uitmaken dan het eigenlijke warmwaterverbruik. Voor een klant die het toestel dagelijks intensief gebruikt, valt dat verlies relatief minder op. Voor een klant met een sporadisch bewoonde ruimte is een boiler die enkel opwarmt voor gebruik (zie doorstromer) vaak een beter advies dan de ‘eenvoudige, betaalbare’ elektrische boiler. 

De aardgasboiler en doorstromer: het gaat om debiet, niet om ‘capaciteit’

‘Beperkte capaciteit’ is een vage manier om het eigenlijke probleem van een doorstromer te beschrijven. Een doorstromer verwarmt water pas op het moment van gebruik en heeft daardoor een maximaal debiet (liter per minuut) bij een bepaald temperatuurverschil. Geen opslagvolume dat op is, maar een grens aan hoeveel water het toestel per minuut kan opwarmen. 

Concreet: een douche vraagt doorgaans 8 à 12 liter per minuut, een bad vullen nog meer over een kortere piekperiode. Loopt er één douche, dan volstaat een gemiddelde doorstromer ruim. Lopen er twee douches gelijktijdig (twee badkamers, ochtendpiek in een gezin), dan vraagt dat samen 16 à 24 liter per minuut. En dat is precies waar een doorstromer die op papier ruim voldoende leek, in de praktijk een teleurstellende temperatuur of druk aflevert. Vraag daarom niet ‘hoeveel personen’, maar ‘hoeveel tappunten kunnen gelijktijdig actief zijn en hoe vaak gebeurt dat effectief’. Een aardgasboiler met een opslagvolume vermijdt dit probleem grotendeels omdat de voorraad de piek opvangt, ten koste van het stilstandsverlies dat we bij de elektrische boiler al bespraken. 

De zonneboiler: milieuvriendelijk, maar reken de terugvaloptie mee

Een zonneboiler kan tot 60% van de jaarlijkse warmwaterbehoefte dekken – een sterk cijfer maar het zegt niets over de verdeling doorheen het jaar. Vrijwel de volledige besparing valt in de zomermaanden. In de winter draait de installatie grotendeels op de back-up (cv-ketel of warmtepompboiler). Reken bij de investeringskost dus niet enkel de zonneboiler zelf, maar ook de volledige back-upoplossing mee. Dat is geen bijkomstigheid maar een structureel onderdeel van het systeem. 

Zonneboiler

De warmtepompboiler: waar hij zijn warmte haalt, bepaalt of hij wint of verliest

Het origineel waarschuwt terecht dat een warmtepompboiler ‘niet geschikt is voor kleine ruimtes zonder luchttoevoer’, maar dat is niet de kern van het probleem. De kern is: waar de warmtepompboiler zijn warmte uit de omgevingslucht onttrekt, bepaalt of die energie werkelijk ‘gratis’ is. 

  • Staat het toestel in een onverwarmde ruimte (garage, kelder, technische berging) of wordt de lucht via een kanaal van buiten aangevoerd? Dan is de onttrokken warmte inderdaad grotendeels gratis omgevingsenergie, precies de belofte van het toestel. 
  • Staat het toestel in een verwarmde ruimte (een bijkeuken die mee verwarmd wordt door het cv-systeem van de woning)? Dan onttrekt de warmtepompboiler warmte die de verwarmingsinstallatie van de klant er net actief insteekt. Je verplaatst dan voor een deel enkel de energiekost van het ene toestel naar het andere in plaats van werkelijk te besparen. In de winter, wanneer de ruimteverwarming het hardst moet werken, is dit verlies het grootst. Net het moment waarop je klant de besparing het meest verwacht. 

Praktische vertaling

Vraag altijd naar de plaatsingsruimte en of die verwarmd is, voor je de veelgehoorde ‘gemiddelde terugverdientijd van drie jaar’ aan een klant voorstelt. Die terugverdientijd is een gemiddelde uit een productfiche, niet een garantie. Ze hangt sterk af van het elektriciteitstarief van de klant, het effectieve warmwaterverbruik en van deze plaatsingsvraag. 

Bijkomend aandachtspunt: legionellapreventie

Een warmtepompboiler werkt het efficiëntst bij een relatief lage opslagtemperatuur (vaak lager dan bij een klassieke boiler). Elke opslagboiler – elektrisch, gas, zonne- of warmtepomp – moet echter periodiek een hogere temperatuur (minstens 60°C) bereiken om legionellagroei te voorkomen. Bij een warmtepompboiler betekent dit een periodieke, minder efficiënte opwarmcyclus (vaak met een elektrisch bijverwarmingselement) die je vooraf met de klant moet bespreken. Het toestel zal net op dat moment tijdelijk meer verbruiken dan de gemiddelde efficiëntiecijfers laten vermoeden. 

nl pro blog welke-boiler-past-bij-jouw-klant-waarom-dit-niet-de-juiste-eerste-vraag

Pro-Toolbox: dimensioneren op piekgebruik, niet op hoofdtelling

In plaats van een vuistregel als ’50 liter per persoon’, ga na: 

  • Hoeveel tappunten (douche, bad, keukenkraan) kunnen realistische gelijktijdig gebruikt worden op een druk moment van de dag?
  • Wat is het gecombineerde debiet (l/min) van die tappunten op dat moment, en welk temperatuurverschil is daarbij nodig? Aardgas- of leidingwatertemperatuur in de winter ligt lager dan in de zomer, wat het vereist temperatuurverschil en dus het vereiste vermogen verhoogt. 
  • Is er een opslagvolume nodig om die piek op te vangen, of volstaat een doorstromer/combitoestel omdat de piekmomenten zich in de praktijk niet overlappen? 
  • Waar komt het toestel te staan en is die ruimte verwarmd of onverwarmd (cruciaal bij een warmtepompboiler)? 
  • Hoe vaak wordt de installatie effectief gebruikt? Dagelijks intensief versus sporadisch. Dit bepaalt het gewicht van stilstandsverlies in het totaalplaatje. 

Jaarlijks onderhoud: kalk blijft de grootste vijand

Een laag kalkaanslag van slechts 1 millimeter kan al tot 10% extra energieverbruik veroorzaken en de kans op lekkages vergroten. Dat mechanisme (thermal lag, de isolerende werking van kalk op een verwarmingselement) hebben we in een eerder artikel in detail uitgewerkt, inclusief een test die je zelf bij een klant kan uitvoeren om dit aan te tonen. Adviseer je klant een waterontharder en plan een jaarlijks onderhoud in om de levensduur van elk van deze boilertypes te verlengen. Dit geldt voor alle types hierboven, niet enkel voor de klassieke ketel. 

Twijfel je over de juiste boilerkeuze of -dimensionering voor een specifiek project?

Contacteer ons. We denken graag met je mee. 

Contacteer ons